English Nederlands Français English Nederlands Français
Kunstenaars
Persoonlijke pagina's
:: Archief
: 2010 : 2009

Dialogen met kunstenaars in residentie

Interview met Emma Lindgren
1 plus 1 is meer dan 2
:: Verwante onderwerpen
Emma Lindgren
:: Interview
Interview met Pierre Rubio
Interview met Julien Bruneau
Interview met Niko Hafkenscheid
Interview met Margherita Isola & Jérôme Porsperger
Interview met Christina Clar
Interview met Emma Lindgren
Interview met Luea Ritter
Interview met Philippe Beloul
Interview met Rémy Héritier (FR)
Interview met Paula Diogo, Alfredo Martins & Carlo
Interview met Rafael Alvarez en Paulo Guerreiro
Interview met Tawny Andersen en Alexandre Le Petit


Kan je ons om te beginnen wat vertellen over je achtergrond?

Op artistiek vlak is mijn achtergrond behoorlijk eclectisch, denk ik.
Ik begon met improvisatie of contact improvisatie en zocht daarna naar de technische middelen die dit kunnen ondersteunen. Ik heb een tijdje gedanst en bestudeerde fysiek theater en Butoh. Ik heb twee jaar gestudeerd bij SU-EN, een Zweedse
Butoh-choreograaf. Daarna wilde ik mijn eigen werk maken, zelf choreografieën maken. Ik diende een aanvraag in voor Laban in Londen en ging naar Amsterdam om me daar voor te bereiden op mijn toelating. In Londen volgde ik iets meer dan een jaar de lessen en daarna heb ik een pauze van 8 maanden ingelast. Vorige zomer keerde ik dan terug naar Londen voor mijn laatste project. Nadien ben ik naar hier verhuisd. Ik kwam naar België voor persoonlijke redenen en omdat het me een goede plaats leek om te werken aangezien er hier zoveel dansers zijn. Ik volgde geen lessen waardoor ik weinig contact met mensen had. Daarom plaatste ik een advertentie op de website van Contredanse en gaf ik een workshop. Daar vond ik de dansers waarmee ik nu werk.

Hoe definieer je improvisatie als een kunsttak?

Veel choreografen gebruiken improvisatie tijdens het creatieproces. Sommigen improviseren delen van hun werk. Ik werk met pure improvisatie van het moment. In het 'improvisatielab', dat deel uitmaakt van mijn werk, doen we verkenningen. We zoeken manieren om te improviseren, we zoeken structuren en andere zaken om te weten te komen hoe we improvisatie kunnen gebruiken in een performance. Het tweede deel van het lab dient voor het herwerken van mijn laatste project bij Laban. Dit is een performatieve installatie, gebaseerd op improvisatie en waar de focus op de interactie tussen de performers en het publiek ligt. Het is een erg informele improvisatie.
Ik plan een improvisatieavond in bains::connective met dansers en componisten van elektronische muziek die op hun beurt ook improviseren. Ik zou deze voorstelling graag opentrekken tot een jamsessie waaraan iedereen kan deelnemen.
Ik zal ook “Only To Do Nothing” voorstellen.

Persoonlijk vind ik dat een erg mooie titel. Kan je daar wat meer over vertellen?

De voorstelling houdt verband met de pauze die ik nam tijdens mijn studies. Ik zat er een beetje door, had een burn-out en ik kreeg het wilde plan om het wat rustiger aan te doen en alle kunstfilms te bekijken en alle boeken te lezen. Ik wou dingen doen waarvoor ik vroeger geen tijd had omdat ik altijd aan het werk was. Toen ik stopte met mijn studies was ik volledig uitgeput en deed ik niets wat met kunst te maken had. Het werd me zelfs teveel om naar een tentoonstelling te gaan. Ik sliep alleen maar, ik las romans en bekeek komedies of thrillers.
Het was echt een noodzaak voor mij om een stap opzij te zetten - weg van de druk en de wil om beter te worden - en om op de hoogte te blijven van alles wat er gebeurde.

Hoe ben je dan opnieuw begonnen?

Ik begon aan video’s te werken. Ik had het idee om een installatie met video te maken en daarin mensen te laten leven. Ik zou matrassen op de vloer leggen en de mensen naar de video's te laten kijken op het plafond. De beelden zouden erg eenvoudig zijn, met simpele bewegingen.
Dit project zou doorgaan op een festival waar heel veel dingen plaatsvonden en ik wou dus een rustige ruimte met minder impressies voorstellen waar de mensen konden ontspannen. Ik begon te werken met de artiesten, twee professionele dansers, een acteur, een zanger en een “normale” persoon (lacht). Tijdens onze werksessies verschoof de focus naar de relatie tussen de performers en het publiek. Ik was erg bang om weer aan het werk te gaan door de druk, maar het was minder stresserend; het werd veel speelser. Ik maakte me geen zorgen meer over de reacties van het publiek op mijn werk. De school was erg confronterend omdat ik niet in het plaatje paste. Ergens was dat een goede zaak, omdat ik zo mijn artistieke keuzes moest definiëren.

Als je jezelf of je werk moet definiëren, hoe doe je dat dan?

Ik hou er echt niet van mezelf te definiëren. Ik denk dat ik iemand ben die zoekt, die ergens wil geraken. Ik wil mezelf niet definiëren als wat ik ben, als iets dat vaststaat. Ik voel me nog redelijk fris - een groentje - als artiest.
Ik zou mijn werk definiëren als zijnde improvisatie op alle gebieden en de samenloop van dingen; ze laten evolueren terwijl we ermee werken. Ik ben ook geïnteresseerd in interdisciplinariteit, het samenbrengen van verschillende benaderingen. Ik wil geen kunstwerk op zich maken, maar wel een situatie creëren waarin zowel performers als publiek kunnen participeren.
Zo verschuiven de grenzen bijvoorbeeld in “Only To Do Nothing”. Het is niet eenvoudig te zeggen wie wat is en dat vind ik interessant. Ook de ontmoetingen tussen performers en publiek of zelfs tussen toeschouwers onderling boeien mij. Ik leg de nadruk eerder op de ervaring van het evenement dan op de visuele resultaten.

Hoe is de idee voor deze vorm ontstaan?

Ik denk dat het voortkomt uit het feit dat ik altijd dichter bij de performers wou komen als ik naar voorstellingen ging kijken. Ik wou binnendringen. Niet alle performances moeten zo zijn, dit is enkel mijn visie.
Het is een reactie op de cultuur van de massamedia, waarin enkele mensen alles geven aan een massa mensen, die misschien op zoek zijn naar meer menselijk contact, interactie. Ik zoek dus menselijke interactie.
Toeschouwers kunnen actiever zijn. Volgens mij kunnen mensen de idee van democratie niet beleven als ze passief zijn; het publiek moet daarvoor actief zijn. Onze cultuur is passief, wij zijn vaak passief, we consumeren en we werken.
Om een ruimte te creëren waarin je kan ontspannen, waarin je niets moet bereiken, waarin zelfs de dansers niets moeten bereiken, ze zijn vrij en kunnen gewoon rustig liggen en kijken. Ze hoeven niet de hele tijd aanwezig te zijn en iets te geven. Het is mogelijk om een intieme relatie te hebben met iemand die je niet kent, met een vreemde. De aanraking, we missen vaak het gevoel van de aanraking, de tast. (rare alinea!)
Als dansers krijgen we deze ervaringen, wij bewegen en worden aangeraakt. In improvisatie voelen we ons vrij. Ik denk dat het belangrijk is een stukje van deze ervaring door te geven aan het publiek, zodat ze de voorstelling op een vrije manier kunnen beleven.

Denk je dat kunst deze leemte kan vullen en een middel tot interactie, communicatie en aanraking kan zijn?

Absoluut! Kunst kan alles zijn! Kunst is enorm breed. Als ik begin, denk ik nooit aan welke functie een stuk zal hebben, maar denk ik bijvoorbeeld aan de creatie van een ruimte waarin mensen vrij zijn om te zeggen 'laat ons dit doen of dat'. Ik denk echter ook dat als je de nood voelt, je dat idee in je werk kan concretiseren.

Hoe onderbouw je je onderzoek?

Het belangrijkste is het praktische onderzoek in de studio en de discussies met de dansers over wat er zal gebeuren. Daarbij komt dat ik veel en graag lees. Ik haal veel inspiratie uit lectuur.

Welke boeken lees je dan?

Ik lees veel filosofie. Werken over fenomenologie, toegepast op performance en film lees ik ook graag. Nicolas Bourriand is bijvoorbeeld een belangrijke auteur, vooral zijn werk over relationele esthetica boeit me. Bovendien lees ik veel over het boeddhisme.

Leef je volgens de regels van het boeddhisme?

Niet zozeer op het vlak van meditatie, maar ik probeer de boeddhistische regels wel te volgen in mijn dagelijks leven. Ik word erdoor geïnspireerd. Het gaat over jezelf toelaten, over aanwezig zijn in het nu en aanvaarden dat gelijk wat kan gebeuren. Het gaat ook over medeleven met jezelf en met anderen en over een open geest. Proberen niet te oordelen en geen dingen uit te sluiten, maar zowel de negatieve als de positieve dingen laten zijn.
Er is een Amerikaanse mevrouw, ik denk dat zij een non is en zij schrijft tamelijk populaire boeken over boeddhisme. Haar naam is PEMA CHODRON. Ik hou van haar werk.
Het heeft ook te maken met fenomenologie, wat gaat over onmiddellijke ervaring en de zintuiglijke beleving van je omgeving. Dat probeer ik in mijn werk te integreren. Bijvoorbeeld door externe invloeden zo te gebruiken dat je sterker aanwezig kan zijn of door uit te zoeken hoe je aanwezig kan zijn. Het is bijna een meditatietechniek waarbij je gevoelig bent en de sensaties van wat je ziet en hoort toelaat om door je lichaam te stromen. Je lichaam wordt bijna poreus en met dat gevoel beweeg je.

Kan je een of meerdere fenomenologen noemen die je apprecieert?

Werken over theater en performance, zoals “Great Reckonings in Little Rooms: On the Phenomenology of Theater” van Bert O. States en “Bodied Spaces: Phenomenology and Performance in Contemporary Drama” door B. Stanton. David Abram is een auteur die visies uit milieuactivisme, antropologie, fenomenologie en linguïstiek combineert. Hij schreef een erg inspirerend boek, i.e. “The spell of the sensuous”.
Ik denk dat het belangrijkste is dat je je bewust bent van de wereld en van het moment. Uiteraard is dat een heel belangrijke houding binnen de improvisatie vermits je steeds probeert te antwoorden op wat er gebeurt op dat moment.

Gebruik je ook taal, woorden in je werk?

Ja, in “Only To Do Nothing” gebruikte ik een reeks woorden die je volgt door de gang naar de installatieruimte. De tekst is gedeeltelijk door een danser geschreven. Ze schreef iets over lange tijd in bed naar het plafond liggen staren en daar herkende ik mezelf zo in en dat ik het opnam in mijn tekst.
Zoals ik al zei kom je bij “Only To Do Nothing” terecht in een ruimte met matrassen op de vloer waarop beelden geprojecteerd worden vanuit het plafond. Er liggen kussens en er hangen kussens aan het plafond. In enkele van die kussens zitten kleine luidsprekers. De mensen leggen hun hoofd op die kussens en horen dan opnames van discussies tijdens de repetities, verhalen die de dansers vertelden en tekstimprovisaties.

Wijzig je de voorstelling elke keer dat je ze brengt?

Ja, “Only To Do Nothing” is een erg open en flexibele voorstelling. Ik breng ze in verband met de ruimte, de mogelijkheden, enz. De eerste voorstelling in Londen was een erg visuele ervaring door het gebruik van meerdere videoprojecties, de tweede voorstelling was fysieker en meer interactief. De groep dansers waarmee ik werk verandert constant, afhankelijk van waar ik woon. Bovendien maken we nieuw materiaal, nieuwe video's enz. Momenteel werken we met zeven, mezelf incluis. Natasha en Hanna uit Duitsland, Meredith uit de USA, Saioa uit Baskenland, Amelie uit Frankrijk en Caroline uit België. Ik nodig ook graag mensen uit om voor een korte periode repetities bij te wonen zonder noodzakelijk iets van hen te gebruiken in de voorstelling. Het is echter een manier om mensen te laten reageren op hun eigen ervaring bij wat we doen. Dus wanneer er iemand op bezoek komt, een vriend of zo, kan hij of zij meedoen. Ook mensen die voordien meewerkten zijn altijd welkom om te komen repeteren of om actief te participeren in de voorstelling. Ik hou ervan om af en toe vreemden op bezoek te krijgen omdat het helpt om mijn werk open te houden.

Krijg je financiële steun?

Nee. Ik verblijf een korte tijd in België en in Zweden wordt werk dat in het buitenland geproduceerd wordt niet ondersteund. Het is dus hard. Op dit moment werkt iedereen op vrijwillige basis zonder loon. We werken deeltijds omdat mensen ook moeten werken zodat ze hun huur kunnen betalen. Ik vind dat oké, ik ben niet iemand die 40 uur per week creatief moet bezig zijn. Ik moet op regelmatige basis in contact komen met de realiteit... Ik ben net begonnen met een baan die ik twee dagen per week doe en het is goed om een voet in de echte wereld te hebben. Dat is bevrijdend, het neemt de druk weg van wat je doet en van het gevoel dat kunst erg belangrijk wordt. Ik denk dat het zelfs gezond is en dat er minder kans is om pretentieus te worden. (lacht)

Kan je een van je werksessies beschrijven?

We beginnen meestal met een opwarming voor lichaam en geest. Zo vertrekt werken vanuit de zintuigen bij het opmerken van dingen en het tegelijkertijd bewegen. Dit is elke keer anders. Ik plan nooit wat we zullen doen. We kunnen contactimprovisatie doen of bijvoorbeeld enkele korte improvisaties per twee en vanuit de feedback daarop twee andere performers een taak geven in verband met die feedback. Er zijn zoveel dingen die je kan doen...zo veel verschillende dingen waarop we ons kunnen concentreren.
De focus kan liggen op tijd, op ruimte, op relaties, werk ik mee met wat de anderen doen of werk ik hen tegen, blijft mijn energie de hele tijd gelijk... Zoveel aspecten waarop de improvisatie gebouwd kan zijn. Wanneer je een aspect kiest als vertrekpunt ontdek je er vijf andere om te verkennen enzovoort...
We discussiëren vaak over dingen die ons interesseren. Als iemand je niet begrijpt, moet je herformuleren en je concentreren om oplossingen te vinden, wat erg vruchtbaar kan zijn. Ik geniet er meer van om samen iets te bereiken door te werken met misverstanden en met begrip, dan dat één persoon alles uitwerkt.
Ik nodig de dansers ook uit om een sessie of een oefening te leiden. Zelfs al ben ik de artistieke leider van de groep, de leden van de groep maken het werk met hun interesses, ideeën en verlangens. Ik beslis niet alleen.

Welk aspect van het collectief bevalt je het meest?

De gedeelde ervaring, de gezamenlijke kennis, de situatie waarin we werken. Ik denk dat dit voortkomt uit het feit dat ik de kwaliteiten van iedere danser apprecieer en meer geïnteresseerd ben in wat er kan gebeuren tussen verschillende karakters dan in slechts een hoofd. 1 plus 1 is meer dan 2! (lacht). Iedereen komt met zijn of haar ervaringen, verschillende mensen zien dingen anders en ik denk dat het zonde is om daar niet op in te gaan. In de toekomst zou ik graag het collectieve proces verder verkennen. Ik wil dit doen in samenwerking met artiesten uit andere kunsttakken. Ik ben geïnteresseerd in een proces waarin niet één persoon zijn of haar visie doordrukt, maar waarin je samen ontdekt wat er gebeurt tussen mensen. Mijn rol in de groep is niet die van regisseur. Ik probeer die taak aan te pakken met flexibiliteit en verantwoordelijkheid. Het is belangrijk dat iedereen zijn plaats vindt binnen de groep.
06 06 2007

:: Zoeken
::